De hervonden herinneringen van Griet Op de Beeck

Corine de Ruiter, Henry Otgaar en Maarten Peters

De Vlaamse schrijfster Griet Op de Beeck vertelde op maandag 25 september in De Wereld Draait Door dat ze een incestslachtoffer is. Haar vader heeft haar tussen haar vijfde en haar negende jaar seksueel misbruikt. Dit heeft zij ontdekt nadat zij in psychotherapie is gegaan, na jarenlang te lijden onder eetstoornissen, depressies en ongelukkige relaties. De schrijfster wilde openheid van zaken geven, mede in verband met het verschijnen van haar nieuwe roman, waarin incest een belangrijk thema is. De belangrijkste boodschap van Op de Beeck was dat psychotherapie haar geholpen heeft om een gelukkiger en evenwichtiger mens te worden; zij was duidelijk niet bezig om haar– inmiddels overleden– vader postuum de spreekwoordelijke doodsteek toe te brengen.

Daarna draaide de wereld een beetje door. De afgelopen week stonden de media bol van de interviews en opiniestukken over de ontboezemingen van de schrijfster. De rode draad daarin was de vraag of Op de Beeck’s herinneringen wel op waarheid berusten. Ze had immers weinig concrete herinneringen aan het seksueel misbruik in het interview prijsgegeven, ook toen Matthijs van Nieuwkerk daar expliciet naar vroeg. En de herinneringen waren ontstaan tijdens psychotherapie, ook dat maakte al bij voorbaat ‘verdacht’. Het leek alsof we even terug waren in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw. Toen speelde er een hevige discussie: kun je traumatische herinneringen nu wel of niet verdringen? Zeker in de Verenigde Staten stond een groep therapeuten (o.a. Judith Herman, die Op de Beeck noemde in het interview) tegenover psychologen zoals Elizabeth Loftus die het bestaan van verdringing ontkrachtten. Uiteindelijk is dat debat verstomd. Van therapeuten mag anno 2017 verwacht worden dat ze de risico’s van suggestieve technieken, zoals hypnose en geleide fantasie, op het ontwikkelen van pseudo-herinneringen kennen.

De hevige consternatie rondom het incestverhaal van Griet Op de Beeck had vermeden kunnen worden door een helder onderscheid te maken tussen herinneringen in het kader van therapie en herinneringen in het kader van waarheidsvinding (meestal in de context van een gerechtelijk onderzoek). Voor een therapeut is de cliënt een subject, iemand die hulp zoekt voor psychisch lijden; de therapeut is gericht op het persoonlijke levensverhaal, zoals de cliënt dat beleefd heeft. Het doel is vergroting van inzicht en verwerking van een als belastend ervaren subjectieve werkelijkheid. Er is echter ook het gevaar dat tijdens een therapie op zoek wordt gegaan naar een verklaring voor de klachten die dan suggestief gelinkt worden aan seksueel kindermisbruik. Het gebruik van onwetenschappelijke termen zoals verdringing kan daar aan bijdragen.

Waarheidsvinding staat centraal als slachtoffers van seksueel misbruik aangifte doen tegen een verdachte. In deze gevallen is het slachtoffer dus object van (forensisch) onderzoek. Er moet worden nagegaan of de herinneringen aan het misbruik op waarheid berusten, dan wel vals zijn. Hiervoor gebruiken psychologen instrumenten voor credibility assessment, die aangeven of het meer of juist minder waarschijnlijk is dat de hervonden herinneringen op waarheid berusten. Hierbij dient vermeld te worden dat dit geen rocket science is; deze instrumenten hebben een behoorlijke foutenmarge. De rechter is dan ook terughoudend in het erkennen van hervonden herinneringen als bewijs.

Griet Op de Beeck vertelde op moedige wijze over de pijnlijke inzichten die zij gedurende haar psychotherapie heeft verworven. Haar interview en haar roman kunnen worden opgevat als een pleidooi voor openheid over seksueel misbruik binnen het gezin, waarvoor zij alle lof verdient. De focus in de media op het waarheidsgehalte van haar incestherinneringen, die weliswaar tot stand kwamen na jarenlang psychotherapeutisch graafwerk, doet niet af aan deze primaire boodschap.

Deze bijdrage verscheen op 9 oktober 2017 in Trouw.

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized, Wetenschap & Maatschappij en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De hervonden herinneringen van Griet Op de Beeck

  1. ronritzen zegt:

    Op deze nuancering valt een en ander aan te merken. Weliswaar kan je terecht een onderscheid maken tussen een therapeutische insteek en een insteek waarbij de waarheidsvinding centraal staat. Dat is echter een analytisch onderscheid. In werkelijkheid zijn ze niet te scheiden: wie, zoals Griet op de Beeck, publiekelijk iets vertelt over een incestverleden, beschuldigt gewild of ongewild iemand anders, in dit geval de vader.
    De vraag of die beschuldiging terecht is, is niet alleen in de rechtszaal van belang, maar ook daarbuiten. Iemand – in dit geval de vader van de schrijfster – wordt namelijk beschuldigd van een ernstig strafbaar feit. Die (overleden) vader kan daar op grond van art. 69 WvS niet meer voor veroordeeld worden, maar ondertussen staat hij – misschien onterecht – publiekelijk wel te boek als incestpleger. Waarom dat laatste van ondergeschikt belang is, verdient een (nadere) argumentatie.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s