Commentaar op de reactie van recherchepsycholoog Cleo Brandt

Recherchepsycholoog Cleo Brandt reageerde op 8 augustus 2016 op onze blog over fataal partnergeweld in Nederland. We bedanken Cleo voor haar reactie en zullen hieronder een aantal aspecten van haar reactie van commentaar voorzien.

Ten eerste beweert Brandt dat wij onvoldoende onderscheid aanbrengen tussen huiselijk geweld tijdens de relatie en ex-partner stalking. Het klopt dat de plegers van fataal partnergeweld niet allemaal hetzelfde ‘risicoprofiel’ hebben, maar bij beide vormen speelt de vraag hoe je het beste kunt voorkomen dat er uiteindelijk dodelijk geweld volgt. Wij hebben er bewust voor gekozen ons te richten op zaken van fataal (ex-)partnergeweld in Nederland, waarbij sprake was van eerdere bedreigingen (tijdens en/of na de relatie) en soms ook stalking. Het gaat ons om de ernst van de uitkomst: het overlijden van het slachtoffer/de (ex-)partner, terwijl er voorafgaand aan het dodelijke geweld serieuze signalen van escalerende bedreigingen, stalking en/of fysiek geweld waren. Wij kunnen ons volledig vinden in de uitspraak van Brandt waarin ze stelt: “De noodzaak om juist die zaken te identificeren waar het risico op dodelijk geweld het grootst is, is evident.” Brandt verwijst naar de SASH als een relevant risicotaxatie-instrument bij stalking, maar dit instrument is niet specifiek geschikt voor ex-partner stalking (zie deze website). Het richt zich op alle vormen van stalking: ex-intieme partners, kennissen (waaronder vrienden en familieleden), of vreemden (publieke figuren of onbekende vreemden). Bovendien geeft Brandt zelf trainingen in het gebruik van de SASH, zoals blijkt uit de website van de RINO Groep. In de wetenschap noemt men dit een conflict of interest. Volgens goed gebruik had Brandt deze belangenverstrengeling dienen te vermelden in haar reactie, omdat dit mogelijk haar objectiviteit ten aanzien van andere risicotaxatie-instrumenten, zoals de Lethality Screen, aantast.

 

Brandt heeft bezwaren tegen de Lethality Screen die wij onterecht vinden. Zij beroept zich daarbij op de meningen van andere autoriteiten op het gebied van risicotaxatie van huiselijk geweld, zoals Storey en Hart (2014) en Nicholls et al. (2013). Brandt beweert bijvoorbeeld dat haar lage specificiteit de Lethality Screen ongeschikt maakt voor de politie. Sensitiviteit en specificiteit zijn op zich geen kenmerken van een instrument, maar altijd afhankelijk van de base rate (de mate waarin het gedrag voorkomt in de populatie; in dit geval gaat het om de base rate van fataal partnergeweld), en van het afkappunt van het instrument dat gebruikt wordt. De base rate is in dit geval per definitie zeer laag (gelukkig maar!), en dat maakt fataal partnergeweld dus sowieso moeilijk te voorspellen, omdat zeldzaam voorkomend gedrag nou eenmaal lastiger te voorspellen is dan veelvoorkomend gedrag.

Brandt haalt de studie van Messing en collega’s (2015) aan als ‘bewijs’ voor de zwakke specificiteit van de Lethality Screen. In het artikel van Messing et al. (2015) staat een belangrijke tabel (Table 2), die we hier integraal weergeven, om duidelijk te maken waarom de Lethality Screen, in tegenstelling tot wat Brandt beweert, wel degelijk zeer relevant kan zijn voor de politie in Nederland.

Table 2 Lethality Screen findings

Overgenomen uit Messing et al. (2015)

 

Twee maten voor predictieve nauwkeurigheid die relevant zijn voor de forensische risicotaxatie zijn de Positieve Predictieve Waarde (Positive Predictive Value; PPV) en de Negatieve Predictieve Waarde (Negative Predictive Value; NPV). De PPV is de proportie van degenen die als hoog risico beoordeeld zijn op basis van het risicotaxatie-instrument, die daarna ook daadwerkelijk een delict pleegt, terwijl de NPV verwijst naar de proportie van hen die als laag risico zijn beoordeeld, die geen nieuw delict pleegt. Een instrument met een hoge PPV kan dan geselecteerd worden om in de forensische praktijk hoog-risico gevallen te detecteren; een instrument met een hoge NPV kan gebruikt worden om laag-risicogevallen uit te filteren. Uit de tabel blijkt dat van de 28 gevallen van ‘near fatal violence’ (dat was de gekozen uitkomstmaat in dit onderzoek) er 26 correct aangeduid waren door de Lethality Screen, dat is 93%. Deze waarde vertegenwoordigt de zogenaamde Positive Predictive Value (PPV) en dit is de meest relevante parameter voor het beoordelen van de waarde van een risicotaxatie-instrument voor de praktijk (Singh, 2013). Deze PPV is voor de Lethality Screen dus heel hoog. Dat de Lethality Screen ook een groot aantal vals positieve beoordelingen opleverde (dus een lage NPV van 21%, d.w.z 46/216) is juist, maar voor toeleiding naar hulp/interventie en ‘empowerment’ voor het slachtoffer is een hoge PPV belangrijker dan een hoge NPV. Er is altijd sprake van een trade-off tussen PPV en NPV. Door het afkappunt van een instrument te verhogen of juist te verlagen, kunnen de PPV en NPV veranderd worden, afhankelijk van de wensen in de praktijk. In dit geval is het uiteindelijke gedrag (fataal partnergeweld) zo ernstig, dat wij van mening zijn dat een hoge PPV te prefereren is boven een hoge NPV, onder het motto: ‘better safe than sorry’.

Met het aanreiken van de Lethality Screen hebben wij overigens niet betoogd dat dit de enige juiste tool voorhanden is, maar wel eentje die tot de mogelijkheden behoort en al wetenschappelijk is onderzocht. Los van de vraag welk instrument het meest geschikt zou zijn om het risico voor deze potentiële slachtoffers te taxeren, is de belangrijkste boodschap van onze blog dat de politie het, veel meer dan nu het geval is, tot haar primaire taak zou moeten rekenen om deze slachtoffers te beschermen.

Naar aanleiding van onze blog hebben wij diverse reacties van (gelukkig nog in leven zijnde) slachtoffers van stalking en bedreiging ontvangen. Deze mensen mailden ons dat de politie, net als in de zaak Linda van der Giesen en de andere door ons gememoreerde zaken, niets concreets heeft ondernomen. De politie heeft richtlijnen en werkinstructies voor stalking en huiselijk geweld situaties, maar dit is precies wat het zijn: richtlijnen, die niet verplicht zijn (zoals ook blijkt uit het politie rapport over de zaak Linda van der Giesen). Met louter vrijblijvende richtlijnen is de politie een onbetrouwbare ketenpartner in het voorkomen van fataal partnergeweld. Wat ons betreft is naast gebruikt van een risicotaxatie-instrument, zoals de Lethality Screen, een beleidsverandering nodig.

 

Literatuur

Messing, J.T., Campbell, J., Wilson, J.S., Brown, S., & Patchell, B. (2015). The Lethality Screen: The predictive validity of an intimate partner violence risk assessment for use by first responders. Journal of Interpersonal Violence, 1-22. doi: 10.1177/0886260515585540

Nicholls, T. L., Pritchard, M. M., Reeves, K. A., & Hilterman, E. (2013). Risk assessment in intimate partner violence: A systematic review of contemporary approaches. Partner Abuse, 4, 76-168.

Singh, J. P. (2013). Predictive validity performance indicators in violence risk assessment: A methodological primer. Behavioral Sciences & the Law, 31, 8-22.

Storey, J.E., & Hart, S.D. (2014). An examination of the danger assessment as a victim-based risk assessment instrument for lethal intimate partner violence. Journal of Threat Assessment and Management, 1, 56–66. doi:10.1037/tam0000002

Dit bericht werd geplaatst in Veiligheid & terrorisme, Wetenschap & Maatschappij en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Commentaar op de reactie van recherchepsycholoog Cleo Brandt

  1. Commentaar op de reactie van Corine de Ruiter
    Cleo Brandt, recherchepsycholoog Landelijke Eenheid, Nationale Politie
    7 september 2016

    De Ruiter schreef in haar blog post en op de site van veiligehaven.nl dat de politie geen gebruik maakt van gevalideerde risicotaxatie-instrumenten. Dat is onjuist (Van Egmond, Terpstra en Verwest, in press). Samenwerking tussen politie en wetenschap is van groot belang en die samenwerking vindt ook op veel terreinen plaats. Een onderdeel van het werk van een recherchepsycholoog is om relevante kennis uit de wetenschap te vertalen naar de politiepraktijk. Dat is ook de reden dat we de ‘checklist bij stalking’ (Brandt & Voerman, 2012) ontwikkeld hebben. Een inventarisatie van de voor- en nadelen van verschillende instrumenten met betrekking tot stalking heeft uiteindelijk geleid tot de introductie van de Stalking Risk Profile (MacKenzie et al., 2009) en de SASH (McEwan et al., 2015) binnen de politie, respectievelijk in 2011 en 2016. Beide instrumenten zijn vertaald naar het Nederlands, zoals De Ruiter en collega’s dat met de HCR-20 V3 (Douglas et al., 2013) hebben gedaan (De Vogel et al., 2013). Een instrument dat overigens ook binnen de politie wordt toegepast. Dat ik naast mijn werk als recherchepsycholoog op dit gebied training verzorg voor andere doelgroepen (hulpverlening, reclassering, etc.) via de RINO-Groep had ik moeten vermelden.

    Mijn bezwaren tegen het gebruik van de Lethality Screen, zoals uiteengezet in mijn vorige reactie, zijn inhoudelijk van aard. De Ruiter schrijft in haar reactie: “Deze PPV is voor de Lethality Screen dus heel hoog. Dat de Lethality Screen ook een groot aantal vals positieve beoordelingen opleverde (dus een lage NPV van 21%, d.w.z 46/216) is juist, maar voor toeleiding naar hulp/interventie en ‘empowerment’ voor het slachtoffer is een hoge PPV belangrijker dan een hoge NPV. Er is altijd sprake van een trade-off tussen PPV en NPV. Door het afkappunt van een instrument te verhogen of juist te verlagen, kunnen de PPV en NPV veranderd worden, afhankelijk van de wensen in de praktijk. In dit geval is het uiteindelijke gedrag (fataal partnergeweld) zo ernstig, dat wij van mening zijn dat een hoge PPV te prefereren is boven een hoge NPV, onder het motto: ‘better safe than sorry’.” Hoewel het verdedigbaar is om te stellen dat de ‘negative predictive value’ minder belangrijk is dan de ‘positive predictive value’ is het niet onbelangrijk. Een NPV van .21 is bovendien statistisch gezien zeer laag. Gezien het grote aantal zaken waarmee de politie te maken heeft en de niet ongelimiteerde capaciteit, is een focus op enkel de hoge PPV niet zinvol. Het is simpelweg onwerkbaar.

    De doelstelling van hulpverlening en van de politie is niet dezelfde. Omdat ook de politie het belang van toeleiding naar zorg en ‘empowerment’ van slachtoffers onderkent, werkt zij samen met hulpverleningsinstanties die daarin kunnen voorzien. De Ruiter stelt dat het haar te doen is om de ernst van de uitkomst – fataal geweld – en dat het daarom niet van belang is onderscheid te maken tussen huiselijk geweld en stalking. Het voorkomen van (fataal) geweld staat of valt echter met de mogelijkheid om zinvolle management strategieën en interventies te ontwikkelen en toe te passen op de juiste doelgroep. Gebeurt dat niet, dan verspilt een organisatie veel waardevolle tijd en capaciteit aan zaken waar het niet nodig is (de vals positieven), terwijl tegelijkertijd risicogroepen over het hoofd worden gezien. Messing et al. (2015) stellen tenslotte zelf in hun discussie dat de Lethality Screen niet geschikt is voor gebruik in een ‘criminal justice setting’: “Given the high number of false positives, in contexts where a high degree of specificity is desired, the Lethality Screen would not be appropriate. For example, specificity is much more important when a risk assessment is being used to make determinations that limit a perpetrator’s freedom, such as when determining criminal justice sanctions or bail decisions.”

    • Brandt, C. & Voerman, B.E. (2012). Checklist bij Stalking. http://www.huiselijkgeweld.nl/doc/publicaties/kruijer_2014_Stalking_Blauw_10_5_p_44-45-46.pdf
    • De Vogel, V., De Vries Robbé, M., Bouman, Y.H.A., Chakhssi, F. & De Ruiter, C. (2013) HCR-20 V3. Risicotaxatie van geweld. Delft: Eburon
    • Douglas, K.S., Hart, S.D., Webster, C.D., & Belfrage, H. (2013). HCR-20V3: Assessing risk of violence – User guide. Burnaby, Canada: Mental Health, Law, and Policy Institute, Simon Fraser University
    • MacKenzie, R., McEwan, T.E., Pathé, M., James, D.V., Ogloff, J.R.P, & Mullen, P.E. (2009). Stalking risk profile: guidelines for the assessment and management of stalkers. Melbourne: StalkInc Pty Ltd, Centre for Forensic Behavioural Science and Monash University
    • McEwan, T.E., Strand, S., MacKenzie, R.D. & James, D.V. (2015). Screening Assessment for Stalking and Harrassment
    • Messing, J.T., Campbell, J., Wilson, J.S., Brown, S. & Patchell, B. (2015). The Lethality Screen: The Predictive Validity of an Intimate Partner Violence Risk Assessment for Use by First Responders. Journal of Interpersonal Violence, 1-22. doi: 10.1177/0886260515585540
    • Van Egmond, P., Terpstra, J. & Verwest, A. (in press). Advies Risicotaxatie-instrumenten binnen de politie.

    Disclaimer: naast mijn werk als recherchepsycholoog verzorg ik trainingen op het gebied van risicotaxatie en –management bij stalking via de RINO-Groep

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s