Ken je zaak (niet)

Er bestaat die tegeltjeswijsheid dat wie slechts de helft van een zaak kent, eigenlijk niets weet. Maar klopt dat wel? Is het wellicht beter om helemaal niets te weten van een zaak? Een voorbeeld. Bruce wilt wat geld storten bij de plaatselijke bank. Eenmaal binnen ziet hij een man met een bivakmuts de bank binnenstormen. Zwaaiend met een geweer schreeuwt hij dat iedereen op de grond moet liggen. De overvaller slaagt erin een flinke buit mee te nemen. Een aantal dagen later vraagt de politie aan Bruce of hij mee wilt komen naar het politiebureau. Om hem wat vragen te stellen over de overval. Rechercheur Robert heeft de zaak goed voorbereid. Hij heeft de stukken van de zaak goed doorgelezen. Een gedegen voorbereiding is namelijk aan te bevelen voor het getuigenverhoor. Denkt Robert.

Interviews met getuigen worden doorgaans goed voorbereid. De politieagent die een interview afneemt, heeft zich doorgaans goed ingelezen in de zaak. Om zo goede vragen te kunnen stellen. Niets mis mee met zo’n voorbereiding, zou je zeggen. Maar kan achtergrondkennis ook nadelig zijn? Volgens recent onderzoek wel. Zo lieten de Amerikaanse psychologen Murrie en collega’s zien dat het voor forensisch psychologen uitmaakt of ze kennis hebben voor wie ze werken: een advocaat of officier van justitie. De onderzoekers lieten forensisch psychologen zaakdossiers lezen over seksueel delinquenten. Wanneer forensisch psychologen het idee hadden dat ze voor een advocaat werkten, gaven ze lagere recidivescores dan wanneer ze dachten dat ze voor een officier van justitie werkten. Een allegiance bias noemden de onderzoekers dat.

Dat biases de oordeelsvorming vertroebelen, weten we allang. Zo wordt bij de politie gewaarschuwd voor tunnelvisie of de confirmation bias: dat je alleen op zoek gaat naar bewijs dat jouw hypothese bevestigt en bewijs negeert dat jouw hypothese verwerpt. Vandaar dat een line-up of Oslo-confrontatie dubbelblind dient te worden uitgevoerd. De politieagent die een line-up uitvoert, weet bijvoorbeeld niet wie de verdachte is in een line-up. Zo voorkom je dat een politieagent onbewust aan een getuige laat weten wie de verdachte is. Waardoor de kans op onjuiste identificaties kleiner wordt. Maar hoe zit het dan bij getuigenverhoren?

Ook daar schijnt achtergrondkennis over een zaak hinderlijk te zijn. In een pas geaccepteerd artikel van de Amerikaanse psychologen Rivard en collega’s werd aangetoond dat “blinde” interviewers het beter doen dan interviewers met zaakkennis. Interviewers die niets afwisten van een zaak lokte meer correcte informatie uit dan interviewers die zich wel hadden voorbereid. Ook stelde interviewers die zich hadden voorbereid vaker een suggestieve vraag aan het begin van een verhoor dan blinde interviewers. Achtergrondkennis over een zaak kan dus interviewers beperken in het stellen van vragen. Wat is de verklaring hiervoor? Heeft allemaal te maken met verwachtingseffecten. Interviewers met zaakkennis hebben verwachtingen over de zaak en die verwachtingen vertroebelen de manier van interviewen.

En Robert? Die had Bruce toch beter geïnterviewd zonder enige voorbereiding. Had hij betere vragen gesteld. En juiste verklaringen gekregen. Zou hem ook meer tijd hebben gegeven om andere zaken te doen. Zoals boeven vangen.

Dit bericht werd geplaatst in Wetenschap & Maatschappij. Bookmark de permalink .

3 reacties op Ken je zaak (niet)

  1. Interessant onderzoek! Toch denk ik dat het in de praktijk niet altijd zo handig is om je niet voor te bereiden op een verhoor. Stel dat de verdachte een specifiek verhaal heeft dat een bepaald bewijsmiddel kan verklaren, bijvoorbeeld over een eerdere aanvaring met het slachtoffer waardoor zijn DNA onder haar nagels kon belanden. Wanneer de politie dan de getuigen hoort die volgens de verdachte ook bij die aanvaring waren, dan is het natuurlijk cruciaal dat ze specifiek naar die aanvaring vragen. Als de verhoorders dat getuigenverhoor blind ingaan, dan zullen ze waarschijnlijk alleen vragen stellen over de dag van het misdrijf, en niet over de dag van de eerdere aanvaring. Zo zijn er nog heel veel andere voorbeelden te bedenken waarbij het uitermate belangrijk is dat de verhoorder zich wél voorbereidt op het verhoor.

    Misschien zouden we moeten aansturen op een andere oplossing: verhoorders trainen om het verhoor wél voor te bereiden, maar hen ook trainen om het verhoor te openen met zoveel mogelijk open vragen, en pas later die specifieke vragen te stellen die ook zeker gesteld moeten worden.

  2. Henry Otgaar zegt:

    Geef ik je gelijk in hoor Annelies! kan mij voorstellen dat het soms moeilijk is om je niet voor te bereiden. Maar het is wel een aanname dat je nu stelt en is nog niet empirisch onderzocht. Zou goed zijn om dit verder te onderzoeken.

  3. Mee eens, dit zou een leuk onderzoeksproject kunnen zijn!

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s