Over inconsistenties in verklaringen van mensenhandel-slachtoffers

Het komt steeds vaker in het nieuws. Mensenhandel. Of de problemen rondom loverboys. In mensenhandelzaken moet de politie onder andere nagaan of een aangeefster gedwongen in de prostitutie terecht is gekomen. En dat kan nogal een lastige klus zijn. Mogelijke slachtoffers van mensenhandel willen nogal eens inconsistent verklaren over wat hen is overkomen. Moeten deze inconsistenties worden gezien als leugenachtig gedrag (omdat je iets niet hebt meegemaakt, kun je niet consistent over deze gebeurtenis verklaren), of zijn zij het gevolg van andere factoren zoals het meemaken van traumatische gebeurtenissen? Recentelijk heeft een aantal auteurs zich over deze kwestie uitgelaten. Omdat het over getuigenverklaringen gaat, zou je denken dat zij op de hoogte zijn van rechtspsychologische inzichten. Nou niet dus.

Neem het onderzoek naar inconsistente verklaringen van mogelijke slachtoffers van mensenhandel dat in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum is uitgevoerd. Dit onderzoek is behoorlijk gemankeerd. De onderzoekers namen interviews af bij officieren van justitie, politie en hulpverleners in Nederland, België en Engeland. De geïnterviewden moesten zich uitlaten over factoren die inconsistente verklaringen in de hand zouden werken. Onder deze factoren bevonden zich psychische klachten, drugsgebruik en psychotrauma. Verrassend genoeg hoefde men zich niet uit te laten over leugenachtig gedrag. Kennelijk gingen de onderzoekers ervan uit dat aangeefsters in mensenhandelzaken nooit en te nimmer een valse aangifte doen om bijvoorbeeld aan een verblijfsvergunning te komen.

En wat te denken van een recent ongepubliceerd rapport voor politie en OM geschreven door medisch antropologe Marian Tankink. Ook zij liet zich uit over inconsistenties in verklaringen van slachtoffers van mensenhandelzaken. Tankink stelde dat slachtoffers van mensenhandel geen consistente verklaringen kunnen afleggen. Dit zou komen omdat traumatische herinneringen worden verdrongen. En als dergelijke slachtoffers wel consistente verklaringen vertonen dan moet er wel iets mis zijn. Haar ideeën zijn al doorgedrongen tot de rechtspraak. Jammer dat Tankink niet op de hoogte is dat 1) verdringing niet bestaat en 2) dat consistentie weinig zegt over de betrouwbaarheid van verklaringen. Als medisch antropologe zal zij ongetwijfeld veel weten over hoe patiënten ziekte ervaren. Haar kennis over het menselijk geheugen schiet echter dramatisch te kort.

Hoe nu verder? Kijk eens hoe ze het doen bij de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ). Daar worden zaken besproken door een team van ervaren rechercheurs, klinische psychologen en rechtspsychologen. Wij zijn trouwens ook lid van deze groep. Ons devies: professionals op het gebied van mensenhandel, schuif eens aan bij een LEBZ-bespreking. En leer hoe met behulp van wetenschappelijke inzichten bonafide slachtoffers van mensenhandel kunnen worden onderscheiden van degenen die een valse aangifte doen.

Deze blog is geschreven door Henry Otgaar en Marko Jelicic

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized, Wetenschap & Maatschappij. Bookmark de permalink .

7 reacties op Over inconsistenties in verklaringen van mensenhandel-slachtoffers

  1. Anoniem zegt:

    Prima idee, blijft in nogal wat aangiften over, niet alleen in mensenhandel en zeden maar ook in anderen aangiften, los van verdringing, consistentie en betrouwbaarheid, dat bij geen aanknopingspunten voor verder onderzoek het wel ophoudt. Bv 3 mensenhandelzaken die in 2008/2009 in Opsporing Verzocht behandeld werden en meer dan 100 tips opleverden

  2. WilliePost zegt:

    Ik heb inmiddels geleerd dat je krijgt wat je beloont, maar ook waar je je organisatie op richt. Dus richt je je op mensenhandel en beloon je slachtoffers, dan krijg je die. Verliefdheid verhoogt de kwetsbaarheid van veel mensen en is vaak de belangrijkste oorzaak van uitbuiting. Beloon het slachtoffer dus iets minder, een woning, inkomen, opleiding en respect is best wel veel. Zorg dat degene die investeert in veiligheid en fiscaal voordelige spaarregelingen beter wordt gewaardeerd. Financiële en seksuele weerbaarheid zou de nieuwe doelstelling moeten worden.

  3. M.J. Hoogendoorn zegt:

    Interessant, maar is de inconsistentie die de betrouwbaarheid niet aantast uit de psychologische literatuur wel dezelfde als de inconsistentie waar juristen zoals (ondergetekende) in geïnteresseerd zijn?

    In stikt logische zin is consistentie de afwezigheid van contradicties. Verklaringen die elkaar tegenspreken kunnen niet -althans niet beide- betrouwbaar zijn. In de context van mensenhandel lijkt mij vooral deze variant aan de orde. Slachtoffer verklaart gedwongen te zijn, maar zegt later van niet, of vice versa.

    Zie ik het juist, dan bestaan de inconsistenties uit de psychologische literatuur echter vooral uit feiten die de eerst wel en later niet herinnerd worden of v.v. In stikt logische zin hoeft dat geen inconsistentie te zijn.

    • Henry Otgaar zegt:

      Inconsistenties zijn natuurlijk niet alleen contradicties. Zo kan een getuige op tijdstip 1 verklaren dat de dader een groene jas droeg en op tijdstip 2 een zwarte jas. Geen contradictie maar wel inconsistent. En wat wij -als rechtspsychologen- wel eens zien is dat ook dergelijke inconsistenties als relevant worden beschouwd. Nogmaals: zo relevant hoeven ze niet te zijn omdat ze slecht correleren met betrouwbaarheid. En dergelijk inconsistenties kunnen zeker voorkomen ook bij mensenhandel-zaken: vermeend slachtoffer zegt dat ze gedwongen werd door 1 loverboy en later claimt ze dat meerdere jongens haar dwongen.

      • M.J. Hoogendoorn zegt:

        De twee voorbeelden die u noemt zijn wel degelijk contradicties. In elk geval één van de twee versies is onjuist en mogelijk allebei.

        Op basis van de door u aangehaalde literatuur kan mogelijk gesteld worden dat -onder de voorwaarde dat er oprecht vanuit het feilbare geheugen geput wordt en niet gelogen- een dergelijke inconsistentie niet veel zegt over de betrouwbaarheid van de rest van de verklaring.

        In het eerste voorbeeld is dat nuttige kennis, omdat het in elk geval niet automatisch betekent dat de rest van de verklaring ook onbetrouwbaar is. Bij het tweede voorbeeld, waarbij de kern van de beschuldiging tegenstrijdig is, heb je denk ik wat minder aan de kennis dat deze tegenstrijdigheid weinig zegt over de betrouwbaarheid van de rest van de verklaring onder de aanname dat er oprecht uit het geheugen wordt geput.

        Toch nog een vraag over die literatuur. Op basis van de abstract kreeg ik de indruk dat onder inconsistenties tussen verklaringen in de onderzoeken vooral details vielen die vergeten en (weer) herinnerd werden (“oh ja, op de achtergrond liep een man met een bolhoed”). Is die indruk correct of waren er ook veel echte contradicties in de herinneringen van de proefpersonen (“de man had een bolhoed”/”nee het was toch een vrouw met een paraplu”)?

  4. Henry Otgaar zegt:

    Ik ga ervan uit dat u de Abstract bedoelt van Smeets en collega’s? Daar werden inderdaad ook contradicties gevonden en niet alleen omissies. Trouwens: in de psychologische literatuur wordt dus vooral onderscheid gemaakt tussen omissies (Tijdstip 1: bolhoed, Tijdstip: niets) en contradicties (Tijdstip 1bolhoed: Tijdstip 2: iets anders). Op die termen is wat af te dingen, maar beiden zijn inconsistenties natuurlijk.

  5. M.J. Hoogendoorn zegt:

    Ja op die abstracts doelde ik. Bedankt voor de verheldering. Bij mensen die zich oprecht iets goed proberen te herinneren kan ik dus ook contradicties verwachten. Goed om te weten, afhankelijk voor wie ik optreed 🙂 .

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s