Tijdschrift Voor Kwezelarij Is Bang Voor Ruzie En Besluit Repliek Niet Te Publiceren

Als redacteur van een internationaal tijdschrift kom je gekke dingen tegen. Toch sta je soms versteld van hoe het kan gaan. Nu moet je tegen een stootje kunnen – ik heb er toevallig een leuke hobby aan – maar dit was zo weinig academisch. Het ging zo: het lokale blad Expertise & Recht vroeg me om een speciaal nummer over de forensische psychologie samen te stellen. Maar natuurlijk, zeker, leuk. Dus mijn collega’s schreven wat artikeltjes en ikzelf – met wat co-auteurs – schreef iets over misvattingen van experts over kinderen als getuigen. En wat de consequenties van zulke misvattingen zijn. Toen begon het gelazer.

Want ter illustratie voerde ik in het artikel een zaak op waarbij ik als getuige-deskundige was opgetreden. Het ging om een zaak waarbij een vrouw in haar huis was doodgestoken. Haar zevenjarige dochter zei te hebben gezien dat het haar vader was die had gestoken. Mijn conclusie: het zat snor met de betrouwbaarheid van haar verklaringen. De advocaat van de verdachte had ook een expert ingeschakeld: Ruud Bullens. De man die als deskundige faam verwierf in de Schiedammer parkmoord. Bullens meende dat de dochter zich dingen kon hebben ingebeeld. Met een antiek woord uit de belle epoque van de Weense psychiatrie heet dat “autosuggestie”.

Na het artikel te hebben toegezonden aan de redactie van Expertise & Recht, ontvingen we het met vreemde opmerkingen retour. In ons stuk verwezen wij bijvoorbeeld naar een passage uit een boek van nog zo’n antieke held: Hugo Münsterberg. De passage handelde over de incompetenties die Münsterberg aan kinderen (en vrouwen) toerekende. Een redactielid dat ons stuk had beoordeeld, merkte op dat hij de desbetreffende passage niet kon terugvinden in zijn exemplaar van Münsterberg. Vreemd toch. In de originele druk van het boek was de passage toch echt terug te vinden en we stuurden een scan daarvan naar de redactie. So far, so good.

Het redactielid was verder van mening dat de rest van het artikel niet te vertrouwen was als het citaat uit Münsterberg al niet klopte. Zo zeg. Dat is zoiets als stellen dat je auto total loss is omdat er vogelpoep op de motorkap zit. Er kwam nog meer.

Het redactielid wilde een volledige scan van Bullens’ rapport hebben. We moesten maar –zonder toestemming van Bullens- zijn vertrouwelijke rapport naar de redactie sturen. Dat gingen we dus mooi niet doen. We vonden het vreemde manoeuvres voor een redactie. Ik bedoel: hun tijdschrift gaat niet over de pleziervaart, maar over serieuze vraagstukken uit het recht.

De redactie nodigde Bullens uit om een reactie te schrijven op ons artikel. Beide artikelen zouden dan samen worden gepubliceerd. Vervolgens zouden wij dan weer op het verhaal van Bullens mogen reageren. Klonk goed, academisch ook. Maar zover kwam het niet. In onze repliek op Bullens’ artikel merkten we op dat Bullens niet op de hoogte was van de recente literatuur over het geheugen. Met als gevolg dat hij in de bedoelde zaak de verklaringen van het meisje nodeloos had geproblematiseerd.

De redactie besloot onze repliek niet te publiceren. Bullens had het gelezen en voelde zich “gegriefd”. Zei de redactie. Ach gutteguttegut toch.

Niet fraai van zo’n tijdschrift: missers in de beoordelingsrapporten, loze beloftes en – vooral – kwezelachtige bangheid voor academische discussie. Wat stond er dan in onze repliek? Lees zelf maar.

Dit bericht werd geplaatst in Wetenschap & Maatschappij en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s