Interview met journalist Douglas De Coninck over de zaak-Gottschalk I

Douglas De Coninck werkt als onderzoeksjournalist bij De Morgen en geldt als kenner van het Belgische justitiële bedrijf. Onlangs publiceerde hij een boek over de gebroeders Gottschalk: 14 jaar onschuldig in een Belgische gevangenis: De gebroeders Gottschalk.

De Conincks boek geeft een minutieuze reconstructie van een opmerkelijke zaak, waarin Francis and Marco Gottschalk tot lange gevangenisstraffen werden veroordeeld wegens moord. De zaak in een notendop: in september 1992 reden Sebastien Welsch en Stephen Lespineux op hun brommertjes, ergens in de buurt van Awans (Luik). Ze kwamen ten val. Welsch overleed, Lespineux overleefde, maar raakte in coma. Later, toen hij uit de coma kwam, nam zijn moeder hem mee naar een hypnotiseur. Onder hypnose verklaarde Lespineux dat zij op de fatale avond werden aangereden door een auto waarin drie mannen zaten. De politie vermoedde dat een van de mannen ene Petit was, die vervolgens werd verhoord. Tijdens de verhoren verklaarde Petit dat de gebroeders Gottschalk in de auto hadden gezeten. In 2000 zaten ze gedrieën in de beklaagdenbank. Marco Gottschalk werd tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld, Francis tot 15 jaar en Petit tot 5 jaar. De Gottschalks weigeren spijt te betuigen, reden waarom ze tot op de huidige dag vastzitten in de gevangenis van Namen.

Meneer De Coninck, hoe kwam u de zaak op het spoor?
Heel toevallig, in de marge van een babbel met een bevriende advocate. Zij was aangeschreven door Francis Gottschalk, de oudste broer. Hij vult zijn dagen al ruim veertien jaar met het aanschrijven van advocaten. Hij kreeg van elke Belgische advocaat, ook nu weer, hetzelfde advies: druk bij de psycho-sociale dienst van de gevangenis je spijt uit, geef blijk van schuldinzicht over de moord die je niet hebt gepleegd en stort een symbolische euro op de rekening van een van de nabestaanden. Of schrijf een pathetische, berouwvolle brief naar de koningin en smeek om gratie. Maar de broers weigeren en in die omstandigheden, zei de advocate me, ‘kan ik niks voor hen doen’.
Dat vond ik een intrigerend uitgangspunt. Ik schreef hen zelf, vroeg het oude strafdossier op en ging praten met mensen die vroeger al op de zaak hadden gezeten: journalisten, advocaten, magistraten. Wat me trof, was dat vrijwel iedereen het er over eens wat dat hier een justitiële dwaling is begaan. Dat iedereen het wel wist, maar niemand enige behoefte voelde om er wat aan te doen. De zaak is in 2001 al eens onder de aandacht gebracht in een documentaire in Au Nom de la Loi, op de Franstalige televisie. Dat was een jaar na het proces. Het verschil tussen toen en nu is dat de broers toen nog vochten voor hun vrijheid. Vandaag is vrijheid geen issue meer. Ze zijn vergroeid met de gevangenis, waar ze door de directie worden ingeschakeld voor klussen waarbij ze zo zouden kunnen gaan lopen. Maar dat doen ze niet. Francis komt vrij in oktober van dit jaar, hij zal zijn volle vijftien jaar hebben uit gezeten. Francis had al sinds 2004 vervroegd kunnen vrijkomen, als hij blijk had gegeven van spijt en schuldinzicht, Marco sinds 2006. De vrijheid op zich interesseert hen niet langer, het gaat hen nu enkel nog om hun eer. Ze willen, zoals het zelf benoemen, ‘verontschuldigd’ worden.

Hypnose speelt een cruciale rol in deze zaak. Wie was de hypnotiseur en is de kwestie tijdens het proces kritisch onder de loep genomen?
Het was niet echt een hypnotiseur. De man, Jean Van Rymenam, was een kinesitherapeut op leeftijd met een grote belangstelling voor new age. Hij was een aanhanger van Alfonso Caycedo, een Colombiaanse chirurg en neuroloog. Die ontwikkelde een eigen relaxatietechniek, de Caycediaanse Sofrologie. Dat is naar men mij zegt een goed werkende therapie tegen prestatiestress. Caycedo was een hevig tegenstander van forensische hypnose. Volgens Michel Debelle, de directeur van de Academie van de Caycediaanse Sofrologie België-Luxemburg, zou Caycedo nooit hebben aanvaard dat een van zijn volgelingen zijn techniek zou hebben toegepast om in een rechtszaak verdwenen herinneringen ‘terug te halen’, zoals deze Van Rymenam.
Ik heb Michel Debelle gevraagd de transcriptie van het verhoor van die ene jongen na te lezen. Daarin zie je hoe de sofroloog zijn patiënt op een gegeven moment verwijt niet mee te werken. Hij roept dan: ‘Zie je die auto met de brandende lichten?!’ Tot op dat punt was nergens in het onderzoek sprake van een auto. Het is erg suggestief allemaal en gaandeweg zie je dat de jongen de sofroloog en zijn moeder, mee aanwezig tijdens deze sessies, tracht te behagen. Hij komt opeens met ‘drie mannen’, maar andere details – zoals de kleur en het kenteken van de auto – stroken dan weer totaal niet met de rechterlijke waarheid zoals ze zal worden neergeschreven. Hij ziet een rode auto, die van Petit is blauw. Stephen Lespineux heeft achteraf altijd gezegd dat hij enkel bij de sofroloog iets heeft ‘gezien’. De herinnering zijn daar heel even ‘teruggekeerd’ en vervolgens weer vervlogen.
Dat het verhoor bij de sofroloog suggestief is verlopen kon ik zelf ook vaststellen. Toch werd dokter Michel Debelle voor mij de belangrijkste getuige in het hele boek. Zijn vinger bleef hangen bij één alinea waarin Lespineux beschrijft dat hij tijdens het ongeval ‘over mijn brommer schuift’. Op dit punt werd dokter Debelle boos. De jongen, weten we, had drie dagen in coma gelegen. Hij had retrograde amnesie, zoals heel veel overlevenden van verkeersongevallen. Onze hersenen, zo begrijp ik, beschermen ons tegen al te traumatische herinneringen door ze af te grendelen. Daarom herinneren mensen zich van een ernstig ongeval heel weinig. Iemand zo’n trauma onder hypnose laten herbeleven is volgens dokter Debelle en andere experten met wie ik er achteraf over sprak uitgesloten en ook al niet zonder risico. Als de jongen bij de sofroloog zegt dat hij zichzelf door de lucht zag vliegen, bevestigt dit enkel het aanvoelen dat hij dit allemaal, wellicht met goede bedoelingen, heeft gefantaseerd.
In België is men in 2007 gestopt met forensische hypnose, nadat de leider van hypnoseteam van de federale politie werd veroordeeld voor meervoudige verkrachting van onder hypnose gebrachte patiënten. Zoals in de meeste ons omringende landen is men het erover eens dat hypnose in een strafonderzoek helemaal niets bijbrengt en enkel het risico op justitiële dwalingen verhoogt. Maar daar kopen Francis en Marco natuurlijk weinig mee.

Deel 2

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

3 reacties op Interview met journalist Douglas De Coninck over de zaak-Gottschalk I

  1. Pingback: Interview met journalist Douglas De Coninck over de zaak-Gottschalk II | Forensische Psychologie Blog

  2. Pingback: Interview met journalist Douglas De Coninck over de zaak-Gottschalk III | Forensische Psychologie Blog

  3. Wendy Leyn zegt:

    Ik zoek nog steeds hulp voor de “affaire Younes” (vermoordde kleuter Comines-Warneton) waarin zowel de veroordeelde vader, moeder als oudere minderjarige broer voet bij stek houden dat het niet de vader is die het deed. Het dossier rammelt aan alle kanten. Niet te geloven dat iemand veroordeeld wordt op basis daarvan. Wie zou dit mee verder kunnen helpen uitspitten?

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s