De polygrafist die zijn eigen leugendetector keurt

Sinds jaar en dag maakt de Federale Politie in België gebruik van de leugendetector. Tot ieders grote tevredenheid lijkt het, want jaarlijks nemen 5 toegewijde rechercheurs – ook wel polygrafisten genoemd – met hun apparaat enkele honderden verdachten onder handen. Niet verwonderlijk dat met enige regelmaat testuitslagen in zittingen van Assisenhoven opduiken. Aan wie vraag je dan hoe nauwkeurig zo’n test is? Aan de polygrafist?

In een lopend proces voor het Antwerpse Assisenhof worden een moeder en haar ex-partner zware mishandeling en verkrachting van hun acht maanden oude baby ten laste gelegd. Beide verdachten ondergingen een leugendetectietest, waarin hen werd gevraagd of ze met zekerheid wisten wie de vastgestelde verwondingen bij de baby had toegebracht, en of zij zelf enige vorm van geweld hadden gebruikt. Volgens de test waren de ontkennende antwoorden eerlijk. De rechercheur die ter zitting kwam getuigen had het in zeven jaar nog niet meegemaakt dat iemand die volgens het apparaat geen leugenachtige verklaringen had afgelegd, later toch gelogen bleek te hebben.

Hoe sterk is de verklaring van deze rechercheur? Politiediensten die gebruik maken van de leugendetector hebben doorgaans groot vertrouwen in de uitslag ervan. Zo groot dat wanneer een verdachte slaagt voor de test, de verdenking vervalt. Er is geen reden om nog verder onderzoek naar de verdachte te doen, en het onderzoek zal zich toespitsen op andere of nieuwe verdachten. Maar stel nu dat de geruststellende uitslag van de test onjuist was. En dat de verdachte wél schuldig is. Het onderzoek naar andere verdachten zal dan niets opleveren. Die zijn immers onschuldig. De zaak zal niet worden opgelost, zodat nooit zal worden aangetoond dat de eerste verdachte toch loog. Voor de hand liggend dus dat je zoiets als rechercheur – zelfs na 7 jaar – nog nooit hebt meegemaakt. Gewoon omdat er geen (ex-)verdachten zijn die uit eigener beweging komen opbiechten dat ze destijds de leugendetector een loer hebben gedraaid.

Andersom geldt overigens ook. Is de uitslag van de test leugenachtig, dan denk de politie de dader te hebben. Zelfs als deze blijft ontkennen. Andere mogelijkheden zullen in dit geval niet verder onderzocht worden. Sprak de verdachte toch de waarheid, dan zal die niet boven water komen. Omdat de politie andere verdachten niet zal onderzoeken, blijft de echte dader buiten schot, en komt de foutieve uitslag van de test nooit boven drijven.

Zelfs met de – onrealistisch hoge – schattingen van een nauwkeurigheid van 90 tot 97 procent die tijdens Assisenprocessen nog wel eens te horen zijn zal het bij 300 testen per jaar in 9 tot 30 zaken faliekant fout gaan. De manier waarop de leugendetector wordt ingezet bengt met zich mee dat deze onjuiste uitslagen niet aan het licht komen. Vraag daarom nooit aan een polygrafist hoe nauwkeurig de leugendetector is. Baseer dit oordeel liever op de wetenschappelijke literatuur. Dan is het antwoord op de vraag ‘waarom in Belgie wel, en in Nederland niet’ ook meteen duidelijk.

Dit bericht werd geplaatst in Leugendetectie en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op De polygrafist die zijn eigen leugendetector keurt

  1. Beste Ewout,
    Toch begrijp ik nog steeds niet dat op een steenworp afstand van Maastricht de polygraaf in de rechtzaal wel gebruikt wordt als bewijs. Ik snap de bezwaren vanuit de wetenschap tegen de polygraaf maar die bezwaren zullen op Belgische bodem toch niet anders zijn dan in Nederland. Ik zie iets soortgelijks met de SCAN methode van dhr. Sapir. In Belgie worden deze trainingen regelmatig gegeven en is de politie blijkbaar tevreden over SCAN. In Nederland hoor ik niet veel over deze methode. Blijf ik dus wel met de vraag zitten “waarom in Belgie wel en in Nederland niet”.

    Wie legt het mij uit?

    • Ewout Meijer zegt:

      Beste Gerard,

      Sinds de IRT affaire heeft in Nederland het College van Procureurs-generaal een stevige grip op de opsporingsmiddelen die de politie mag inzetten. Hiernaast is er in Nederland een aantal wetenschappers – ik noem mensen als Wagenaar, Crombag, van Koppen, en Merckelbach – die met enige regelmaat een kritisch geluid laat of liet horen.

      Het college lijkt zo’n kritische houding op waarde te schatten. Zo heeft zij – heel verstandig – in het geval van SCAN bepaald dat deze methode – in afwezigheid van wetenschappelijke onderbouwing – niet mag worden ingezet. De leugendetector valt onder de instructie onorthodoxe opsporingsmethoden (‘Voor gebruikmaking van opsporingsmethoden die naar huidige wetenschappelijk inzichten geen zekerheid bieden omtrent de objectieve betrouwbaarheid van de resultaten, is in beginsel geen plaats binnen de zakelijke en professionele wijze waarop het Openbaar Ministerie de strafrechtspleging uitoefent’). De wetenschappelijke bezwaren lijken hier dus de doorslag te geven.

      Hoe het gebruik van opsporingsmiddelen in België exact gereguleerd is weet in niet. Wel weet ik dat een kritisch wetenschappelijk geluid daar afwezig is. Gevolg hiervan is dat methoden vooral worden geëvalueerd op basis van tevredenheid van de gebruikers. Werkelijke effectiviteit en tevredenheid lopen echter niet altijd in de pas. Door gebrek aan terugkoppeling van fouten, zoals ik hierboven illustreerde, bijvoorbeeld.

      Waar het gaat om de leugendetector en SCAN lijken in Nederland dus wetenschappelijk argumenten de doorslag te geven, waar in België vooral de ervaring doorslaggevend is. Dat neemt overigens niet weg dat er ook in Nederland nog heel wat winst te behalen valt. Bij voorbeeld als het gaat om camera-toezicht en de spottersmethodiek. Hier lijkt dan wel weer de ervaring van de gebruikers de doorslag te geven.

      Vriendelijke groet,

      Ewout

  2. Beste Ewout,

    Dank voor de toelichting. Het is dus toch het bekende verhaal van de slager die zijn eigen vlees keurt. Hier is de slager dan een polygrafist. Lijkt mij geen goede zaak. Dan toch maar liever een paar “lastige” wetenschappers.

    Afgelopen week las ik een artikel in de Chicago Tribune van 10 maart 2013 met de pakkende titel “Polygraphs and false confessions in Chicago”. Interessant om te lezen hoe daar de polygraaf gebruikt wordt.

    “They’re using the polygraph as an interrogation prop to try to overcome somebody’s will and extract confessions, false or otherwise,” said Futterman, a University of Chicago law professor.

    Lijkt mij een truc die wel past in de Reid interrogation methode. Hier de link naar het hele artikel. http://articles.chicagotribune.com/2013-03-10/news/ct-met-polygraph-confessions-20130310_1_polygraph-unit-polygraph-exams-chicago-police

    Vriendelijke groet,

    Gerard Overmars.

    • Ewout Meijer zegt:

      Beste Gerard,

      Ik kreeg onlangs een interessante scriptie van Dehbi Chadia (Universiteit Gent) onder ogen. Hieruit blijkt onder andere dat Belgische advocaten grote vraagtekens plaatsen bij het gebruik van de de uitslag in het op de test volgende verhoor.

      Een van de geïnterviewde advocaten: ‘Als men zegt, ge zijt een leugenaar en ge gaat nu bekennen, als je bekent kun je vanavond naar huis, kun je morgen naar je werk enzovoort, als je niet bekent dan gaan we naar de onderzoeksrechter, de kans is heel groot dat je vanavond in de gevangenis zit, we gaan je werk verwittigen, we gaan je vrouw verwittigen, je kinderen gaan niet op bezoek komen. Er zijn veel mensen die kiezen voor de zekerheid om ’s avonds thuis te zijn bij hun kinderen, hun werk enzovoort’ (p.62).

      Bron: http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/891/755/RUG01-001891755_2012_0001_AC.pdf

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s