Het wonderlijke geval van Thomas Quick II

In Säter was Quick een nobody. Echte criminelen kregen voorrang. Totdat Quick aan zijn therapeut meldde dat hij iets ergs moest opbiechten. Quick bekende dat hij het was die de moord op de 11-jarige Johan Asplund op zijn geweten had. Johan Asplund was in 1980 op klaarlichte dag verdwenen en nooit meer gezien. De zaak was in Zweden wijd en zijd bekend.

Quick vertelde zijn therapeut dat hij Asplund had opgewacht toen die uit school kwam. Vervolgens zou hij de jongen in zijn auto hebben gesleurd en naar het bos zijn gereden, waar hij hem eerst had verkracht en later vermoord.

De therapeut was onder de indruk. Vanaf die tijd schoven ook politieverhoorders en een forensisch psycholoog bij de therapie-sessies aan. De manier van werken was ongeveer als volgt. Quick kreeg tijdens de sessies hoge doses diazepam en vervolgens vroeg het team hem naar allerlei onopgehelderde moorden. Tussen de sessies door bracht Quick bezoekjes aan de bibliotheek en las wat de oude kranten berichtten over de onopgehelderde zaken. Quick bestudeerde ook Bret Easton Ellis’ roman American Psycho. En dan was er zijn fantasie. Van jongsaf aan had Quick een sterke voorliefde voor het theater.

Een cascade aan bekentenissen volgde. Fantasie? De forensisch psycholoog – een van Zweden’s meest vooraanstaande – vond wis en waarachtig van niet. Quick, zo legde de psych later aan de rechters uit, had de traumatische herinneringen aan de moorden verdrongen. Tijdens de therapie waren ze stukje bij beetje naar boven gekomen. “Dat noem je hypermnesie”, zei de psych tegen der rechters.

Omdat de psych het zei en omdat Quick bekende, werd Quick vervolgens tijdens afzonderlijke rechtszaken voor 8 moorden veroordeeld. De laatste veroordeling was in het jaar 2001.

Vanaf 2001 nam het geval van Quick een andere wending. De nieuwe directeur van Säter vond dat het maar eens afgelopen moest zijn met die supramaximale doses diazepam voor Quick. Quick op zijn beurt hield op met bekennen.

Ook kwam er kritiek op de rol van de forensisch psycholoog. Wat was hij nou eigenlijk: therapeut of getuige-deskundige? En waarom zadelde hij de rechters op met ideeën – verdringen, onbewuste herinneringen – die geen genade vonden in de ogen van de academische psychologie? Een van de critici, de jonge psycholoog Rickard Sjöberg, publiceerde een vernietigende analyse in Svenska Dagbladet (20 april 2010). De strekking: we hebben als psychologen tot nog toe gezwegen over de wanvertoning in deze zaak en dat moet snel ophouden. Sjöberg had meer dan gelijk dan hij op dat moment kon bevroeden.  Zie Het wonderlijke geval van Thomas Quick III

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Een reactie op Het wonderlijke geval van Thomas Quick II

  1. Pingback: Het wonderlijke geval van Thomas Quick I | Forensische Psychologie Blog

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s