Hoe foto’s fictie geloofwaardig maken: het verhaal van Lennay Kekua

Jammer: door alle ophef over Lance Armstrong schiet de aandacht voor die andere Amerikaanse sportheld er bij in. Ik doel op Manti Te’o, speler in het American football topteam van Notre Dame University. Zijn geval verhoudt zich tot de zaak Armstrong als een Shakespeariaans drama tot een boerenklucht.

Het zit kort gezegd zo. Manti Te’o had een vriendin: Lennay Kekua. Ze leerde elkaar ergens in 2011 via het tweeten kennen. Manti en Lennay wisselden steeds vaker tweets en e-mails uit en je kunt gerust zeggen dat ze vanaf begin 2012 een stelletje waren. Zo praatte Manti er althans over als hij interviews gaf: mijn vriendin Lennay zus en mijn vriendin Lennay zo. Voor het publiek was goed navolgbaar waarom Manti haar adoreerde. In de pers circuleerde foto’s van de bekoorlijke Lennay. En er waren ook sympathieke dingen over haar te lezen: dat ze studeerde in Stanford en dat ze van witte bloemen hield. Zulke zaken.

Maar het noodlot sloeg ongenadig hard toe. In het voorjaar van 2012 raakte Lennay betrokken bij een auto-ongeluk. Ze lag een paar weken in coma. Ze herstelde gelukkig voorspoedig. Manti hield de pers op de hoogte. Maar toen constateerden de artsen bij Lennay een agressieve vorm van leukemie. Ze kreeg een beenmergtransplantatie. Manti praatte voortdurend de pers bij. Even leek het de goede kant uit te gaan. Lennay werd ontslagen uit het ziekenhuis. Manti was blij, zo vertelde hij aan de journalisten. Maar op 12 september 2012 stierf Lennay. De 12de september was trouwens een datum met apocalyptische proporties want – liet Manti aan de pers weten – ook zijn grootmoeder stierf die eigenste dag. Too bad to be true had het publiek kunnen denken. Maar dat was toch niet de conclusie die werd getrokken.

Manti legde aan de sportverslaggevers uit dat Lennay hem had verboden om haar in die laatste dagen op te zoeken en bij te staan. “Je moet op het veld spelen en op die manier eer je me”, zou Lennay tegen Manti hebben gezegd. Zo deed hij het ook. Hij speelde een paar dagen later – in de wedstrijd tegen het team van Michigan – de sterren van de hemel. Manti was in de race voor de prestigieuze Heisman-trofee, die hij op een haar na aan zich voorbij zag gaan. De dappere manier waarom Manti zijn rampspoed verwerkte, dwong diep respect af. Want dat is waar Amerikanen van houden: ongetemperd optimisme.

En toen – we zijn inmiddels in januari 2013 – kwamen twee verslaggevers van de nieuwswebsite Deadspin op het idee om de handel en wandel van Lennay Kekua te rechercheren. In Stanford wist niemand iets van haar. Er bestond geen overlijdensakte. Er was ook nooit een auto-ongeval gemeld waarbij ene Lennay Kekua betrokken was geweest. De foto die van haar op internet circuleerde bleek in werkelijkheid van een vrouw uit Californië te zijn. Zij wist van niets. Iemand had haar foto van facebook geplukt en als Lennay Kekua op het world wide web in roulatie gebracht.

Manti Te'o

Hoe nu? Had Manti een zielig verhaal gefabuleerd in een poging om de Heisman-trofee in de wacht te slepen? Zou kunnen. Maar het lijkt er meer op dat anderen Manti er in luisden met de tweets, e-mails en de facebook-pagina van een imaginaire vrouw. Alles wijst erop dat Manti aanvankelijk geloofde dat Lennay zijn online-only meisje was. Tegenover de pers liet hij dat online-only weg. Toen hij er achter kwam dat ze een verzinsel was, bleek het te laat. Hij had al teveel in de pers over haar verteld. Vanaf toen moest Manti het spel meespelen.

Merkwaardige jongen, die Manti. Maar Amerikaanse universiteiten tuigen hun voetbalteams nu eenmaal op met jongelui wier sportieve prestaties niet altijd in de pas lopen met hun mentale rijpheid. Lees Tom Wolfe’s Ik Ben Charlotte Simmons of Chad Harbach’s Kunst van het Veldspel er maar op na. Het zijn – volgens kenners realistische – romans waarin het wemelt van emotioneel gehandicapte sporthelden.

Dat Manti maanden in de waan verkeerde verloofd te zijn met een online-only meisje valt dus wel te begrijpen. Maar waarom geloofde het publiek zo lang in Lennay Kekua? Dat komt door haar foto’s. Interessant in dit verband is het werk van de Nieuw-Zeelandse psychologe Eryn Newman naar hoe subtiele trucs opinies vergaand kunnen beïnvloeden. Zij gaf aan haar proefpersonen namen van fictieve personen zoals Johan Keys. Als een naam gepaard ging met de willekeurige foto van een man, zeiden proefpersonen al snel: “jawel, die Keys bestaat.” In een ander experiment van Newman kregen proefpersonen onware beweringen voorgeschoteld (zoals “schildpadden hebben een scherp gehoor”). Als zo’n uitspraak werd aangeboden met een foto (bijvoorbeeld van een schildpad) meenden proefpersonen vaker dat het allemaal reuze waar was.

Foto’s kunnen de geloofwaardigheid van fictie dus tot grote hoogte opstuwen. Dat is het verhaal achter Lennay Kekua, wier schijnfoto maanden lang op de voorpagina’s van de Amerikaanse sportkranten prijkte. En daarom: foto-arme kranten zijn zo gek nog niet en hetzelfde geldt voor radio.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s