Bij de dood van Lockerbie terrorist al-Megrahi

Het was een prima weekend voor de Britse premier David Cameron. Hij stak de handen triomfantelijk omhoog toen hij zag hoe Chelsea Bayern München versloeg in de finale van Champions League. Er is een foto van dat moment. De euforie is Cameron aan te zien.

Goed mogelijk dat hij de handen ook blij omhoog wierp toen hij hetzelfde weekend hoorde dat in Libië al-Megrahi, de dader van de Lockerbie-terreuraanslag, was overleden aan kanker. De aanslag speelde zich af op 21 december 1988: een Pan Am-toestel ontplofte boven het Schotse Lockerbie. Alle 259 inzittenden kwamen om het leven. Elf inwoners van Lockerbie werden dodelijk getroffen door de neerstortende brokstukken.

Al-Megrahi, de dader van de terreuraanslag in Lockerbie. Dat is zoals hij consequent door de pers wordt omschreven. Toen Schotland hem in 2009 vanwege zijn prostaatkanker vervroegd vrijliet, ontketende dat een storm van protest. David Cameron, toen nog oppositieleider, was faliekant tegen de vrijlating. Dit weekend bracht Cameron dat in herinnering: “al-Megrahi had nooit mogen worden vrijgelaten”, liet de premier de Britse pers weten.

Misdaden worden begaan door boeven. We wensen zulke boeven hun verdiende loon toe. Dat geldt ook voor de boef die het drama in Lockerbie op zijn geweten heeft. Maar is al-Megrahi deze boef? Er is ruimte voor veel twijfel. Om te begrijpen waar ‘m dat in zit, moet men weten dat al-Megrahi vooral op een getuigenverklaringen werd veroordeeld. Het gaat om een getuigenverklaring van de wankele soort. De zeer wankele soort.

Het Pan Am-vliegtuig ontplofte omdat een van de koffers aan boord een explosief bevatte. In de fatale koffer zaten ook nieuwe kleren. Knappe speurders wisten te achterhalen dat de kleren waren gekocht in een winkel op Malta, ergens eind 1988. Het was in september 1989 dat de speurders de baas van de winkel ondervroegen over de klant die de kleren had gekocht. Want deze klant moest wel iets te maken hebben met de fatale koffer, redeneerden de speurders.

De winkelbaas gaf een vage beschrijving: de klant had Libisch gesproken, was corpulent, had een groot hoofd en hij had geen baard. De winkelbaas kreeg foto’s te zien van potentiële terroristen. Maar de winkelbaas weifelde. Elke keer weer zochten de speurders hem op. En telkens moest de winkelbaas naar foto’s van verdachten turen. Uiteindelijk, na twee jaar, wees hij aarzelend al-Megrahi aan. Het was pas in 1999 dat de speurders de winkelbaas een Oslo-confrontatie lieten ondergaan. Te midden van een aantal figuranten stond al-Megrahi opgesteld. De winkelbaas dacht dat al-Megrahi nog het meest leek op de klant die eertijds de kleren had aangeschaft. Je kon niet zeggen dat de winkelbaas zeker van zijn zaak was. Dat veranderde tijdens het proces tegen al-Megrahi in 2000. Nu bleek de winkelbaas inmiddels heel stellig over wie de kleren had gekocht: het was wis en waarachtig al-Megrahi geweest. Maar ondertussen had de winkelbaas wél een artikel gelezen over het Lockerbie-drama, compleet met foto van al-Megrahi als dader. Nogal wiedes dat je daar heel stellig van wordt.

De stelligheid van de winkelbaas maakte indruk op de rechters en al-Megrahi werd tot een lange gevangenisstraf veroordeeld. Later zou de Scottish Criminal Cases Review Commisson – enigszins te vergelijken met onze Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS) – zeggen dat de veroordeling verdomd riskant was. Zou best wel eens kunnen dat het een gerechtelijke dwaling was, schreef de commission. De redenering valt perfect te volgen. Als het u niet lukt, probeert u zich dan voor te stellen dat de politie u vraagt om de baas van de Franse camping, waar u 10 jaar geleden verbleef, aan te wijzen in een set van tientallen foto’s.

“Vandaag is een dag om de slachtoffers van een gruwelijke terreurdaad te herdenken”, zei David Cameron toen hij hoorde van de dood van al-Megrahi. Net als wij allemaal hoopt Cameron dat de slechterikken uiteindelijk verliezen en hun verdiende loon krijgen. Maar of al-Megrahi die slechterik is? Dat is stukken minder zeker dan dat Chelsea van Bayern München won.

Literatuur:

Loftus, E.F. (2011). Intelligence gathering post-9/11. American Psychologist, 66, 532-541.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s