Overdenkingen na Alphen

Location of Alphen aan den Rijn

Image via Wikipedia

Daders van massamoorden als in Alphen aan den Rijn zijn globaal in drie typen in te delen: mensen met een psychotische stoornis, mensen met psychische klachten samenhangend met een traumatische voorgeschiedenis met veel geweld, en mensen met een psychopathische persoonlijkheid. Het eerste type komt het meeste voor; het zijn vaak jonge mannen met schizofrenie, die steeds verder in een isolement zijn geraakt. Ze zijn suïcidaal, voelen zich buitengesloten, en kunnen haat tegen de samenleving opbouwen. Als daar fascinatie met geweld en wapens bijkomt, ontstaat een gevaarlijke cocktail waardoor gewelddadige fantasieën uitmonden in de planning van een massamoord, die op een kwade dag tot uitvoering wordt gebracht.

De afgelopen jaren hebben zich een aantal van dit type massamoorden voorgedaan: in de Verenigde Staten en Canada, maar ook in Duitsland en Finland. In de week voor ‘Alphen’ nog op een school in Rio de Janeiro. Binnen de forensische psychologie worden deze mass murder suicides bestudeerd, mede om te komen tot preventieve maatregelen. Natuurlijk gaan beslist niet alle mensen met de hierboven genoemde psychische problemen over tot gebruik van geweld. Het hangt van de combinatie van diverse risicofactoren af. Maar er is wel een verband tussen psychotische symptomen, zoals waandenkbeelden en hallucinaties, en gewelddadig gedrag. In 2009 publiceerde Dr. Kevin Douglas met collega’s hierover een meta-analyse in Psychological Bulletin, het meest vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift van de American Psychological Association.

De avond van de massamoord in Alphen aan den Rijn lichtte ik deze algemene daderprofielen toe in EenVandaag, hoewel er op dat moment natuurlijk nog weinig bekend was over de dader. De dag daarna ontving ik hate-mail waarin mensen mij beschuldigden van het stigmatiseren van psychiatrische patiënten. Deze briefschrijvers verdraaien de werkelijkheid: ze doen alsof ik suggereer dat alle mensen met de drie typen stoornissen gewelddadig zijn of zouden kunnen worden. Ze maken echter een logische denkfout: een aanzienlijk deel van de massamoordenaars blijkt een schizofrene stoornis te hebben, maar het omgekeerde is natuurlijk niet het geval. Gelukkig maar, want massamoorden zoals in Alphen zijn uitzonderlijke gebeurtenissen. Maar door de grote, beschadigende impact die ze hebben op de levens van vele mensen, moeten we toch nadenken over mogelijkheden om ze te voorkomen. Daar hebben uiteindelijk ook psychiatrische patiënten baat bij. Immers, het stigma wordt door dit soort drama’s niet kleiner maar juist groter.

In de loop van de week werd steeds meer bekend over de man die het onheil aanrichtte. Tristan van der V. was een 24-jarige man met serieuze psychische klachten, waarschijnlijk schizofrenie. Hij was eerder tien dagen onvrijwillig opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Hij woonde bij zijn vader, leidde een sociaal teruggetrokken bestaan, en had een grote fascinatie voor vuurwapens. Hij was lid van een schietvereniging en had een vergunning voor vijf vuurwapens. Drie daarvan heeft hij gebruikt voor de massamoord.

De Nederlandse overheid doet er goed aan de regelgeving over het verlenen van wapenvergunningen gedegen te onderzoeken. De directeur van de Nederlandse schuttersassociatie heeft deze week verklaard dat er niets aan de hand is met deze regels en schuift de schuld in het geval van Tristan door naar de politie die niet goed zou controleren.

In mijn eigen praktijk als forensisch psycholoog heb ik regelmatig verdachten van levensdelicten onderzocht die ernstig depressief waren en die lid waren van een schietclub en toch gewoon over wapens konden beschikken. Daarmee hadden zij naaste familieleden gedood. Behandelaars in de geestelijke gezondheidszorg zouden vaker vragen moeten stellen aan hun cliënten over hun mogelijke toegang tot wapens. Zo kunnen drempels opgeworpen worden, zodat psychisch instabiele mensen minder gemakkelijk van gedachte tot daad overgaan. De schutterassociatie zou er goed aan doen de expertise van forensisch psychologen in te schakelen, om te komen tot verantwoord beleid.

Maar er is meer preventie mogelijk. Uit de verhalen die journalisten de afgelopen week optekenden uit de mond van bekenden van Tristan wordt pijnlijk duidelijk dat vele mensen signalen hebben opgemerkt. Een ex-collega in het AD van 11 april: “Hij zei meer dan eens dat hij het gemeentehuis of het politiebureau zou binnenlopen en ze allemaal wel eens kapot zou schieten.” Een vroegere klasgenoot keek naar eigen zeggen ‘nauwelijks op’ van Tristans daad: “Ik dacht: dat móet Tristan zijn geweest. Hij was altijd bezig met die geweren. De schuur lag er vol mee.”

Hoe kan het anders? Burgers dienen dit type signalen serieus te nemen. Deel de zorgen die je over een bepaalde persoon hebt met die persoon zelf en met anderen die de persoon ook kennen. In overleg met anderen kan, als de signalen serieus en aanhoudend zijn, actie worden ondernomen. Je zou het onder de noemer ‘goed burgerschap’ kunnen plaatsen. Net zoals we een oogje in het zeil houden bij de hoogbejaarde buurvrouw aan het eind van de straat, en actie nemen als de gordijnen langer dan gebruikelijk dicht blijven. Oprechte belangstelling voor hoe het met de ander gaat, lijkt in onze samenleving een schaars goed geworden, maar zou wel eens een belangrijke sleutel kunnen zijn.

Dit artikel is vandaag gepubliceerd in Trouw.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s