Nederlandse Tanja in het Colombiaanse oerwoud

‘Als ze me willen bevrijden, zullen we ze ontvangen met mitrailleurs, mijnen en mortieren.’ De Nederlandse FARC-strijdster Tanja Nijmeijer wil niet gered worden uit de Colombiaanse jungle. Ze blijft bij de FARC tot haar dood of tot de overwinning, zo zegt Nijmeijer in een video van de Wereldomroep die op 3 november op internet verscheen.

Op de beelden is Tanja gekleed in een groen legeruniform, met een mitrailleur op schoot. Ze peinst er niet over zich over te geven: ‘Als het leger en de regering van Colombia nog steeds denken en zeggen dat ik ben ontvoerd, laat ze dan maar hier komen om me te bevrijden. Wij zullen ze ontvangen met mitrailleurs, mijnen, mortieren, met van alles.’
Deze video en de video die een dag later geplaatst werd: Tanja Nijmeijer zingt, waarin Tanja een lied zingt voor haar ouders, maakten op internet veel én hevig emotionele reacties los. Twee reacties domineren: Tanja is een heldin die strijdt tegen onrecht en daarom respect verdient vs. Tanja is een gevaarlijke terrorist die is gehersenspoeld door een paramilitaire organisatie die zich via criminaliteit (drugshandel) in stand houdt.
Het meest aangrijpend van alle reacties was die van haar zus Marloes, die nu ook in Colombia op reis is. In een reportage van Nieuwsuur van woensdag 3 november 2010, roept ze haar zus Tanja op de gewapende strijd op te geven: ‘Stap eruit, voordat het te laat is’. Tanja Nijmeijer wil niet gered worden-Nieuwsuur
Wat ik gemist heb bij al deze emotie-TV en internethype, is enig objectief commentaar vanuit de wetenschap. Ik deel de visie van filosoof Rob Wijnberg dat de Nederlandse journalistiek verworden is tot een vorm van info-tainment waarin de waan van de dag regeert en intellectuele duiding grotendeels afwezig is. Hij verwoordt het prachtig in een recent interview op Radio 1 (28 oktober 2010, in ‘Dit is de dag’): Rob Wijnberg dineert met Plato

Om zelf dan maar een duit in het spreekwoordelijke zakje tegen de vervlakking te doen, volgt hieronder een kleine analyse van de situatie van Tanja Nijmeijer, op basis van psychologisch onderzoek naar terrorisme. Binnen het psychologische onderzoek naar terrorisme worden twee perspectieven gehanteerd: terrorisme als een ‘syndroom’ en als ‘gereedschap’. Volgens het eerste perspectief zou je een terrorist qua persoonlijkheid van niet-terroristen kunnen onderscheiden (‘bepaalde mensen zijn kwetsbaar om terrorist te worden’). Dit is idee dat veel mensen hebben, maar waarvoor weinig wetenschappelijk bewijs is (zie o.a. een publicatie van de Amerikaanse sociaal psycholoog Arie Kruglanski: Psychology of Terrorism). Er zijn wel een aantal ‘contributing factors’, zoals persoonlijkheidstrekken als sensatiehonger en zwart-wit denken, en leefomstandigheden zoals armoede en onderdrukking.

Het tweede perspectief ziet terrorisme als een psychologisch instrument, dat bestaat uit het gebruiken van tactieken om angst aan te jagen, om zo de eigen doelen te bereiken. In deze visie kan iedere sociale entiteit een terrorist worden: een buiten de staat opererende organisatie, een staat zelf, maar ook een individu.
Sommige terroristische organisaties maken het hun leden erg moeilijk om de organisatie te verlaten, bijvoorbeeld door hen met geweld te bedreigen. Voor de FARC lijkt dat niet in sterke mate te gelden, getuige een aantal publicaties hierover. Ik citeer uit Kruglanski & Fishman (2009), Psychological factors in terrorism :

Marcella Ribetti (cited in Fink & Hearne, 2008) described
government-assisted efforts to disengage members of militant Columbian groups
from their violent activities and to help them to reintegrate into society. Members
of the Fuerzas Armadas Revoluzionarias de Colombia (FARC) have tended
to deradicalize individually, based on their disillusionment with their leadership
and/or their cause and the hardships of perennial persecution by the authorities.
The government’s role “entailed the relocation of participants to cities distant from
their hometowns and the provisions of social and economic incentives to provide
alternative occupations and reintegrate them into “civilian” social networks—so,
in essence their lives could start anew” (Fink & Hearne, 2008).
Commenting on the disillusionment and disengagement from terrorism of
members of the Colombian FARC organization, Ribetti (cited in Fink & Hearne,
2008) noted that these group members resented the double standard of their
leaders concerning romantic relationships that were forbidden for the members
and yet allowed the leaders and demurred against the leaders’ general punitive
attitude toward the members. Finally, creating the perception that other militants
are “seeing the light” and abandoning extremist ideologies could undermine the
sense of intellectual community and shared reality within the terrorist movement
and contribute to the participants’ readiness to consider alternative realities.”

Er lijkt dus toch sprake te zijn van enige ‘wetenschappelijk aantoonbare’ hoop dat Tanja de FARC ooit zal verlaten. Maar die keuze is natuurlijk aan haar zelf.

Dit bericht werd geplaatst in Veiligheid & terrorisme en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s