The Insurance Toolbox jokt

Tussen de 1 en 5 miljard verspilt de overheid jaarlijks aan uit de hand gelopen ICT-projecten. Daar moeten wij toch een graantje van mee kunnen pikken, zullen ze bij The Insurance Toolbox gedacht hebben. Dit bedrijfje is gespecialiseerd in ‘innovatieve ICT oplossingen’, onder andere voor overheden zoals gemeentes. Die bieden ze dan ook ‘state-of-the-art stemanalyse-oplossingen’ aan voor het opsporen van bijstandsfraude. Innovatieve state-of-the-art software dus. Je zou zo geloven dat deze software met 85 tot 90% nauwkeurigheid bijstandsfraudeurs ontmaskert, zoals het op de website van The Insurance Toolbox te lezen was.

Maar wij weten wel beter. Er is namelijk meer dan voldoende onderzoek dat laat zien dat dit soort stemanalyse-software gewoon niet werkt: Je kunt net zo goed een muntje opwerpen. En als je dan toch adverteert met hossana-verhalen, dan jok je. En jokken in reclame is niet zo netjes. Helemaal niet voor een bedrijf gespecialiseerd in fraude(detectie).

We besloten daarom de gang naar de Reclame Code Commissie te maken. Onze klacht – keurig onderbouwd met wetenschappelijk onderzoek – kort samengevat: The Insurance Toolbox maakt zich schuldig aan misleiding. Er bestaat namelijk geen enkel onderzoek dat de bewering staaft dat stemanalyse met 85 tot 90% nauwkeurigheid fraude opspoort.

Bij The Insurance Toolbox kennen ze dat onderzoek wel. Er zijn namelijk ‘tal van onderzoeken die het tegendeel bewijzen’, zo schreven ze in hun reactie. Welke studies dat dan zijn, lieten de innovatieve state-of-the-art boys wijselijk in het midden. Ze wilden – hoe nobel – de Commissie de moeite van verdere discussie besparen, en zegde toe de tekst op de website aan te passen. Die is inderdaad veranderd: ‘85 tot 90% nauwkeurig’ is vervangen door ‘uitermate nauwkeurig’. Ze zijn niet voor één gat te vangen, de boefjes van The Insurance Toolbox.

Er is ongetwijfeld veel geld te verdienen met dit soort boerenbedrog. In het Verenigd Koninkrijk gaan er bijvoorbeeld miljoenen in om. En het is niet de eerste keer dat deze software de kop op steekt. Ook de ’guru’s van de Leugenacademie bieden het product aan. Het zal niet toevallig zijn dat ook zij het met de waarheid niet zo nauw nemen.

De reclame Code Commissie was het in ieder geval met ons eens:

‘Gelet op het voorgaande is de Commissie van oordeel dat de bestreden reclame gepaard gaat met onjuiste informatie ten aanzien van de van het gebruik van het product te verwachten resultaten als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.’

Een bedrijf gespecialiseerd in fraudedetectie dat zich schuldig maakt aan misleiding en oneerlijkheid. Heerlijk toch.

Geplaatst in Leugendetectie, Veiligheid & terrorisme, Wetenschap & Maatschappij | Tags: , , | 2 reacties

Functional or Feigned?

What? The Maastricht Conference on Symptom Validity Assessment

When? Thursday June 11 – Friday June 12 2015

Where? Crowne Plaza Hotel Maastricht

For program & registration, see: : http://www.tmfi.nl/en/symposia/sva/

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Moe zijn tijdens een verhoor. No worries?

Verdachten moeten vaak op hun hoede zijn tijdens een verhoor. Nee, vaak geven ze niet alles weg. Ze willen niet verdacht overkomen en proberen relevante informatie achter te houden. Dat is vermoeiend en vereist zelfcontrole. Wij vonden laatst dat het verlies van zelfcontrole de kans op foutieve herinneringen aanzienlijk vergroot. En dat het je bevattelijker maakt voor suggestieve druk. Onwenselijke neveneffecten zou je kunnen zeggen. Met een moeilijk woord heb je dan last van ego-depletie.

De Amerikaanse psycholoog Roy Baumeister introduceerde de term in de jaren ’90. Ego-depletie zou verwijzen naar het idee dat mentale processen zoals zelfcontrole energie vereisen en dat die energie op kan raken. Als het vat energie op is, zou dit nadelige consequenties hebben voor andere handelingen die ook zelfcontrole vereisen. Een voorbeeld. In een van de eerste experimenten moesten proefpersonen de verleiding weerstaan om chocola te nuttigen. Voor hen lag een aantal chocoladerepen maar ze mochten die niet opeten. In plaats daarvan konden ze radijsjes eten. Daarna moeten ze onoplosbare puzzels maken. Wat bleek? De groep die de chocolade-verleiding diende te weerstaan -en dus zelfcontrole uitoefende- gaf sneller op tijdens de puzzeltaak dan controle proefpersonen.

Maar verdorie. Ego-depletie ligt onder vuur. Recente studies zouden laten zien dat het effect uiterst fragiel is en moeilijk te repliceren valt. En nu? De Australische onderzoeker Martin Hagger kwam met een uitstekend idee. Hij deed een oproep aan onderzoekers in het veld om een groots replicatie-experiment naar het effect te verrichten. In tijden van toenemende aandacht naar replicatie-experimenten in de psychologie, worden onderzoekers uitgenodigd om een vast onderzoeksprotocol te volgen en te onderzoeken of het effect daadwerkelijk bestaat. Mijn collega’s en ik doen trouwens graag hieraan mee.

Wat kunnen we in de tussentijd doen? Wachten? Mijn oproep aan alle verdachten is de volgende. Vertel de waarheid. Dat is simpel en vergt geen zelfcontrole.

Geplaatst in Wetenschap & Maatschappij | 3 reacties

Angst is een slechte raadgever (maar je kunt er prima aan verdienen)

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid laat weten dat “de kans op een aanslag in Nederland of op Nederlandse belangen in het buitenland substantieel blijft.” Wat betekent zo’n mededeling? Is het zoiets als zeggen dat ergens in de nabije of verre toekomst, hier of elders, we misschien iets ergs of minder ergs gaan beleven? Dat zou een onzinnige waarschuwing zijn, die niet past bij het gezag van de Nationaal Coördinator. Daarom zullen de meeste burgers zijn aankondiging serieus nemen en er een gevoel van verontrusting aan overhouden.

En misschien dat burgers dan weer opgelucht ademhalen als ze in de krant lezen dat de Koninklijke Marechaussee op Schiphol slimme camera’s gaat inzetten. De camera’s zien of reizigers snode plannen hebben. Dat is althans wat het bedrijf zegt dat de camera’s levert. De camera’s zijn “enorm innovatief” en worden aangestuurd door QVI software, die op basis van het DARPA-project is ontwikkeld. Klinkt esoterisch, maar gek genoeg is het precies dat wat ons geruststelt. Hier is over nagedacht, denken we.

Maar angst is een slechte raadgever. Het berooft ons van onze kritische zin. Ook in het nieuws – niet hier, maar in Engeland deze zomer des te meer – was de rechtszaak tegen het echtpaar Samuel en Joan Tree. Hun zaak illustreert mijn punt. De echtelieden bouwden een “totaal uniek” apparaat, de Alpha 6, dat in staat is om op 500 meter afstand explosieven en drugs te detecteren. Het apparaat bestaat uit een antenne en een kastje. Aangestuurd door statische energie, herkent het kastje de moleculaire signatuur van explosieven en slaat alarm als er een terrorist in de buurt is. Dat leek de politiediensten in Thailand, Afghanistan, Egypte, Mexico en Irak wel wat. Geholpen door de Engelse ambassades gingen de Alpha’s als warme broodjes over de toonbank. In Thailand was de politie – die zo’n 480 apparaten aanschafte – dolgelukkig. Dankzij de Alpha’s zouden er in dat land 70% meer boeven zijn gevangen. Snuffelhonden waren voortaan overbodig. Ook bij wegblokkades in Irak, hotels in Egypte, en vliegvelden in Afghanistan worden de Alpha’s tot op de dag van vandaag ingezet.

De Alpha. Reuze handig

De Alpha. Reuze handig

Vroeg iemand naar het binnenwerk van het kastje, dan waren de Tree’s altijd resoluut. In het apparaat kijken, kon niet, mocht niet. Er zat gevoelige apparatuur in. En je wilt ook niet dat geheime technologie zo maar op straat komt te liggen. Klonk overtuigend. Totdat een technicus van de Britse geheime dienst de stoute schoenen aantrok, de kast open maakte en vaststelde dat er wat kunststoffen buisjes met een marktwaarde van nog geen 10 euro in zaten. Maar toen hadden de Tree’s inmiddels al ettelijke miljoenen verdiend aan hun fopdoos. Deze zomer werden ze wegens oplichting veroordeeld.

De Tree’s zijn een voorbeeld van hoe angst voor terroristen commercieel kan worden uitgebuit. Ze behoren tot de criminele flank van een business, die weet dat het makkelijk is om veiligheidsdiensten “nieuwe” technologie aan te smeren. Voor de hand liggende vragen worden zelden gesteld. Want de veiligheidsdiensten op hun beurt zijn maar wat blij dat zij het publiek gerust kunnen stellen met verwijzingen naar een vaag, maar tof apparaat.

Een substantiële dreiging, maar wel slimme camera’s op Schiphol dus. Camera’s die kwade bedoelingen van mensen kunnen meten. Hoe doen ze dat dan? En door wie zijn die camera’s getest en hoe effectief waren ze? En wat kosten ze? Hoeveel extra agenten kun je daarvoor rond laten lopen? Kijk, dat gewone burgers in een door de overheid gecreëerde sfeer van onrust vergeten om zulke vragen te stellen, valt te begrijpen. Maar daarvoor hebben we juist volksvertegenwoordigers: om kritisch te blijven. Van die kritische zin hebben we tot nu toe weinig gezien.

Lees ook: Story of The Fake Bomb Detectors

Geplaatst in Veiligheid & terrorisme | 1 reactie

Impossible!

Wat? TEDx Maastricht

Wanneer? Maandag 13 oktober

Waar? Theater aan het Vrijthof

Details? Check out: http://tedxmaastricht.nl/

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Forensic hypnosis: Royal road or dead end on the way to eyewitnesses’ memories?

Hypnosis seems to be the solution to a multitude of problems: it is used as an aid to quit smoking, to lose weight, and police officers enthuse over its miraculous effects on eyewitness memories. How does eyewitness research explain the latter phenomenon?

Let’s take a look at a case in which hypnosis played a key role: In 1982, Larry Mayes was charged with rape and sentenced to 80 years in prison. The hypnotized victim had identified him from a lineup and was highly confident about her decision. File closed – until in 2001, after 19 years of imprisonment, Mayes was exonerated due to exculpatory evidence. It turned out that the victim had not been able to identify him from two preceding lineups. Only in the third procedure, after being hypnotized, did the victim identify Mayes as the perpetrator. He was eventually exonerated by forensic analyses showing that the DNA found at the crime scene did not match his.

Although one might be inclined to consider this case an exceptional tragic incident not worth of further attention, this seems unlikely. Hypnosis can significantly elevate error levels in eyewitness accounts and can even make witnesses develop vivid, but completely false memories of entire past events, so called pseudomemories. To make things worse, hypnosis leads to confidence inflation. This means that hypnotized witnesses are more confident in their accounts than non-hypnotized witnesses, even when making errors, which entails the danger that hypnotized witnesses are by mistake regarded as highly credible. The errors emerge, because it is difficult to distinguish actually experienced from imagined events when hypnotized. This is why hypnosis is not a suitable tool for interviewing eyewitnesses. Why is it, then, that hypnosis is still enjoying great popularity among some police forces? The procedure is frequently used in stagnating cases or in cases in which witnesses remember only little. Under hypnosis, the report criterion of eyewitnesses drops. Consequently, they report more details – but also make more errors. Because the police do not possess objectively true information about the incident, they get the impression that hypnosis helps them achieve their goal, to wit, more detailed reports. In laboratory experiments, however, it becomes apparent that many details reported under hypnosis are simply false.

In conclusion, we can rightly consider hypnosis a dead end when it comes to accessing eyewitnesses’ memories. Well-developed and -researched interview techniques, such as the Cognitive Interview, elicit comprehensive accounts, without bearing the danger of false memories as a result of increased suggestibility. This is what one may call the royal road to eyewitnesses’ memories.

References:

http://www.innocenceproject.org/Content/Larry_Mayes.php

Kebbell, M. R., & Wagstaff, G. F. (1998). Hypnotic interviewing: The best way to interview eyewitnesses? Behavioral Sciences and the Law, 16, 115-129. doi:10.1002/(SICI)1099-0798(199824)16:13.0.CO;2-I

Written by Alana C. Krix and Melanie Sauerland, this blog was originally published in German at de.in-mind.org.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Psychopathie van het dagelijks leven

De afgelopen weken las ik een “oud” boek: Manufacturing social distress: Psychopathy in everyday life, van de Amerikaanse psycholoog Robert Rieber uit 1997. Rieber werkt op dit moment als hoogleraar aan Fordham University in New York. Rieber hanteert in zijn boek de gangbare definitie van de psychopathische persoonlijkheid, zoals die is geformuleerd door Robert Hare. Psychopathie wordt gekenmerkt door een gebrek aan innerlijk conflict over het overschrijden van sociale en morele normen, gebrek aan empathie met anderen, behoefte aan macht en overmatig sensatiezoeken (thrill-seeking). Wetenschappelijk onderzoek naar psychopathie heeft de afgelopen decennia een grote vlucht genomen, maar het is opvallend dat dit onderzoek bijna uitsluitend betrekking heeft op criminele psychopaten, dat wil zeggen op personen die vanwege hun antisociale gedrag in aanraking zijn gekomen met justitie. Rieber richt zich op de niet-criminele “huis-tuin-en-keuken” psychopaten onder ons, en zijn stelling is dat de huidige maatschappij psychopathisch gedrag verregaand normaliseert.

Rieber book cover

Ik moest hieraan denken toen ik in juni-juli de bobo’s van de woningcorporaties zag zitten bij de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties.  Al deze mannen, en een enkele vrouw, leken zichzelf nog steeds te beschouwen als respectabele individuen. Heel soms werd op een klein puntje toegegeven dat iets “een verkeerde keuze” was geweest, zoals het rijden in een Maserati als dienstauto met eigen chauffeur à raison van ruim 8000 euro per maand: zie hier de video van het verhoor. Dat gaf volgens Hubert Möllenkamp, directeur van Rochdale, “een verkeerde beeldvorming naar de huurders”. Al zijn mededirecteuren van Rochdale hadden volgens hem een regeling dat ze privé in een auto van de zaak mochten rijden, dus dat was “normaal”. Nergens tijdens dit verhoor laat deze directeur op enig moment schaamte zien. Hij claimt geheugenverlies voor belangrijke, mogelijk compromittererde feiten, terwijl zijn geheugen op andere punten perfect functioneert. Rieber noemt dit “the normalized psychopathy of powerful positions” (p. 13).

Nu is corruptie en vriendjespolitiek natuurlijk van alle tijden, maar volgens Rieber is de wijze waarop dit type gedrag in het huidige tijdsgewricht wordt goedgepraat, evenals de apathische reactie van het algemene publiek, uniek in de geschiedenis. Hij vindt dat psychopathisch gedrag verheerlijkt wordt in films (denk James Bond en Gordon Gekko in Wall Street) en andere media. Psychopathie maakt onderdeel uit van de zogenaamde donkere driehoek (dark triad), een groep van drie persoonlijkheidstrekken: Machiavellisme, narcisme en psychopathie. Deze drie trekken overlappen voor een gedeelte en zijn verbonden met een kille, manipulatieve en instrumentele omgang met anderen. Het interessante aan deze persoonlijkheidstrekken is dat ze gemakkelijk verborgen worden achter een overtuigend “masker van geestelijke gezondheid”. Psychopaten en narcisten winnen gemakkelijk het vertrouwen van anderen omdat ze in eerste instantie overkomen als aardig, charmant en goedbedoelend. Alleen in een langerdurend contact openbaren zij hun donkere kanten.

Wolf in schaapskleren

Wolf in schaapskleren

De laatste jaren begint er voorzichtig meer onderzoek te komen naar de “huis-tuin-en-keuken” verschijningsvormen van psychopathie. Zo publiceerden Smith en Lilienfeld (2013) een overzicht van het onderzoek naar psychopathie op het werk. Psychopathie houdt verband met intimidatie en pesten op de werkplek, en met zwakke managementvaardigheden (geen team-player). Er is ook enig bewijs voor een positieve relatie met overtuigingskracht en het durven nemen van risico’s op het werk. De belangrijkste conclusie van Smith en Lilienfeld is echter dat we nog heel weinig weten over niet-criminele psychopaten.

Ik denk dat we als forensisch psychologen veel kunnen leren over psychopathie door onderzoek te doen naar hun slachtoffers. Er verschijnen steeds meer boeken, die de gevolgen van het leven met iemand met psychopatische kenmerken voor de naaste omgeving, documenteren. Dr. Martha Stout schreef The sociopath next door. Cherylann Thomas schreef een boek over de ervaringen met haar vader: Evil eyes: A daughter’s memoir. Dit soort informatiebronnen biedt inzicht in de gedragingen van mensen met psychopathie, inzicht dat we niet van de psychopaten zelf zullen krijgen, omdat zij meesters zijn in liegen en bedriegen.

Sarah Francis Smith & Scott O. Lilienfeld (2013). Psychopathy in the workplace: The knowns and unknowns. Aggression and Violent Behavior, 18, 204-218. http://dx.doi.org/10.1016/j.avb.2012.11.007

Afbeelding | Geplaatst op door | Tags: | 2 reacties

The Maastricht Conference On Symptom Validity

Functional or Feigned?

4th European Conference on Symptom Validity Assessment;

Thursday June 11 – Friday June 12 2015

Crowne Plaza Hotel Maastricht

Website:http://www.tmfi.nl/symptomvalidity

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Tijdschrift Voor Kwezelarij Is Bang Voor Ruzie En Besluit Repliek Niet Te Publiceren

Als redacteur van een internationaal tijdschrift kom je gekke dingen tegen. Toch sta je soms versteld van hoe het kan gaan. Nu moet je tegen een stootje kunnen – ik heb er toevallig een leuke hobby aan – maar dit was zo weinig academisch. Het ging zo: het lokale blad Expertise & Recht vroeg me om een speciaal nummer over de forensische psychologie samen te stellen. Maar natuurlijk, zeker, leuk. Dus mijn collega’s schreven wat artikeltjes en ikzelf – met wat co-auteurs – schreef iets over misvattingen van experts over kinderen als getuigen. En wat de consequenties van zulke misvattingen zijn. Toen begon het gelazer.

Want ter illustratie voerde ik in het artikel een zaak op waarbij ik als getuige-deskundige was opgetreden. Het ging om een zaak waarbij een vrouw in haar huis was doodgestoken. Haar zevenjarige dochter zei te hebben gezien dat het haar vader was die had gestoken. Mijn conclusie: het zat snor met de betrouwbaarheid van haar verklaringen. De advocaat van de verdachte had ook een expert ingeschakeld: Ruud Bullens. De man die als deskundige faam verwierf in de Schiedammer parkmoord. Bullens meende dat de dochter zich dingen kon hebben ingebeeld. Met een antiek woord uit de belle epoque van de Weense psychiatrie heet dat “autosuggestie”.

Na het artikel te hebben toegezonden aan de redactie van Expertise & Recht, ontvingen we het met vreemde opmerkingen retour. In ons stuk verwezen wij bijvoorbeeld naar een passage uit een boek van nog zo’n antieke held: Hugo Münsterberg. De passage handelde over de incompetenties die Münsterberg aan kinderen (en vrouwen) toerekende. Een redactielid dat ons stuk had beoordeeld, merkte op dat hij de desbetreffende passage niet kon terugvinden in zijn exemplaar van Münsterberg. Vreemd toch. In de originele druk van het boek was de passage toch echt terug te vinden en we stuurden een scan daarvan naar de redactie. So far, so good.

Het redactielid was verder van mening dat de rest van het artikel niet te vertrouwen was als het citaat uit Münsterberg al niet klopte. Zo zeg. Dat is zoiets als stellen dat je auto total loss is omdat er vogelpoep op de motorkap zit. Er kwam nog meer.

Het redactielid wilde een volledige scan van Bullens’ rapport hebben. We moesten maar –zonder toestemming van Bullens- zijn vertrouwelijke rapport naar de redactie sturen. Dat gingen we dus mooi niet doen. We vonden het vreemde manoeuvres voor een redactie. Ik bedoel: hun tijdschrift gaat niet over de pleziervaart, maar over serieuze vraagstukken uit het recht.

De redactie nodigde Bullens uit om een reactie te schrijven op ons artikel. Beide artikelen zouden dan samen worden gepubliceerd. Vervolgens zouden wij dan weer op het verhaal van Bullens mogen reageren. Klonk goed, academisch ook. Maar zover kwam het niet. In onze repliek op Bullens’ artikel merkten we op dat Bullens niet op de hoogte was van de recente literatuur over het geheugen. Met als gevolg dat hij in de bedoelde zaak de verklaringen van het meisje nodeloos had geproblematiseerd.

De redactie besloot onze repliek niet te publiceren. Bullens had het gelezen en voelde zich “gegriefd”. Zei de redactie. Ach gutteguttegut toch.

Niet fraai van zo’n tijdschrift: missers in de beoordelingsrapporten, loze beloftes en – vooral – kwezelachtige bangheid voor academische discussie. Wat stond er dan in onze repliek? Lees zelf maar.

Geplaatst in Wetenschap & Maatschappij | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Een top- of flopartikeltje schrijven

Baanbrekend en innovatief onderzoek lijkt samen te hangen met sjoemelarij. Althans: die indruk krijg je als je naar de psychologie kijkt. Die wordt namelijk opgeschrikt door casuïstiek over frauderende psychologen. Ze vonden innovatieve resultaten. Ze pleegden echter ook fraude. We kennen ze onderhand wel. Stapel en Smeesters bijvoorbeeld. Er zijn er helaas nog meer.

We weten dat de meeste fouten in psychologisch onderzoek waarschijnlijk niet doelbewust zijn gemaakt. Gelukkig maar. Die fouten vallen onder de vele vrijheidsgraden die een wetenschapper heeft tijdens het analyseren, interpreteren en het opschrijven van resultaten. Wetenschappers komen ze vaak genoeg tegen. Een proefpersoontje hier en daar bij testen, niet-significante resultaten niet publiceren, tussendoor effe al wat analyses draaien. Mocht je het nog niet weten: echt waar. Ze kunnen de kans op toevalsbevindingen aardig vergroten. Wat we nog niet weten is of toptijdschriften vooral topartikelen of flopartikelen bevatten.

Een toptijdschrift in de psychologie is Psychological Science. Het tijdschrift over zichzelf: “the flagship journal of the Association for Psychological Science, is the highest ranked empirical journal in psychology and is truly a leader in the field”. Dat is duidelijke taal. Het is het tijdschrift waarover het gerucht de ronde doet dat het alleen “sexy research” publiceert. Je weet wel, onderzoek dat laat zien dat bijgeloof positief samenhangt met uitstekende cognitieve en lichamelijke prestaties. Of dat onethisch gedrag creativiteit in de hand werkt. Innovatief en sexy. Het klinkt onwaarschijnlijk, maar bewijs ervoor schijnt ervoor geleverd te zijn.

Er is nog nooit onderzoek gedaan naar de betrouwbaarheid van al die sexy artikelen. De Amerikaanse onderzoeker Gregory Francis onderzocht een grote set van artikelen die tussen 2009 en 2012 in Psychological Science was gepubliceerd. Hij keek vooral naar de resultaten van die artikelen en de statistiek daarachter. Van de artikelen die hij kon analyseren vond hij dat maar liefst 82% (n = 36) ernstige fouten bevatten. Flopartikelen dus. Het komt overeen met het onderbuikgevoel dat veel onderzoekers al hadden over het tijdschrift. Een soort “to-good-to-be-true” gevoel.

Wat nu? Geen artikelen meer sturen naar dit tijdschrift? Misschien moeten we nieuw leven blazen in tijdschriften die nooit een hele goeie reputatie hebben gekend. Tijdschriften als Psychological Reports en Perceptual and Motor Skills. Dat zijn tijdschriften waarover geruchten de ronde doen dat negatieve bevindingen daar wel gepubliceerd konden worden. Gregory Francis zou eens artikelen van die tijdschriften onder de loep moeten nemen. Het zou zomaar eens kunnen zijn dat daar veel top- in plaats van flopartikelen zijn gepubliceerd.

Geplaatst in Uncategorized, Wetenschap & Maatschappij | Een reactie plaatsen